Eendenkooien in Europa

'Denkend aan Holland zie ik trage.......' een bekende dichtregel, die vervolgt 'over de traag stromende rivieren, de dijken,' zeg maar het Hollandse landschap van de delta.
Dat in dit waterrijke land een wereldwijd uniek ambacht is ontstaan en nog steeds bestaat is heel bijzonder en zou bijna vergeten worden.

Nederland is synoniem met klompen, boerenkaas en tulpen. De molens zijn heel bekend, minder bekend maar wel typerend zijn de forten, schansen en liniedijken (de oude militaire verdedigingswerken). Ook de waterstaatswerken van dijken, watermolens, gemalen e.d. Onbekend en nagenoeg verdwenen zijn de ganzenflappers, de vinkenbaan en de wilsterflappers. Daarna komen de eendenkooien en de kooikers: het oerhollandse kooibedrijf. Wellicht onbekend maar nog steeds aanwezig op 118 plaatsen in Nederland.

Internationale verantwoordelijkheid voor behoud
Nog net niet aan de vergetelheid onttrokken zijn de eendenkooien. Een uniek authentiek Hollands fenomeen. Nederland heeft dan ook een internationale verantwoordelijkheid deze natuurgebieden en dit historische buitenbedrijf in stand te houden.

Verspreiding van het kooibedrijf over Europa. Vermoedelijke aantallen rond 1800. Nederland het land van de eendenkooien.
Tegenwoordig grotendeels verdwenen uit overig Europa. Op de vier vangende kooien in Duitsland na.

Zeldzaam en waardevol
Nederland is niet alleen de oorsprong. Nederlanders zíjn de uitvinders van de eendenkooi. Nederland heeft nog steeds het grootste aantal werkende kooibedrijven binnen haar landsgrenzen.

Elders in de wereld is het actieve kooibedrijf (nagenoeg) verdwenen. Overigens ook in Nederland is het aantal drastisch afgenomen. Vroeger waren er zeker 1000, nu zijn er nog slechts 118 geregistreerde eendenkooien. Dus al zeker 90 % is verdwenen. Het zijn zeldzame landschapselementen met een bijzonder beroep die het mede daarom waard zijn te behouden.

In de provincie Groningen is bijvoorbeeld het aantal eendenkooien van ca. 51 teruggelopen naar 2 stuks nu. Voor Noord Holland geldt een afname van eens 150 naar 13 nog bestaande kooien.

Behoud van variatie/gevarieerdheid kooitypen
Het is niet alleen dat de eendenkooien niet mogen verdwijnen. Juist ook de variatie in kooitypen die hierbinnen bestaat moet in stand blijven. Bescherming, beheer en instandhouding is noodzakelijk.

Eendenkooi en kooibedrijf : eeuwenoud en oerhollands. Gravure uit 1622. Vertaling van het onderschrift luidt:

"Wat kwaak je en maak je de kuif bol ? Zie zoo lokt de eene eend de andere in de van onder gesnap. En gaat haar listig voor met zijn voorbeeld en met bedrieglijk gesnater, totdat de honden de aangelokte onder hun ban hebben gebracht".

verdeling eendenkooien in europa



FUGLEKØJE, ENTENFANG, , CANARDIèRE & DUCK DECOY

Eendenkooien in het buitenland
Nederland is hét eendenkooienland bij uitstek. We hebben dit ook geëxporteerd naar andere landen. Vandaar dat er elders in Europa nog enkele eendenkooien maar vooral ook restanten hiervan (kooirelicten) voorkomen.

Vom Vogelkoyen und Entenfang
In Duitsland hebben de Vogelkoyen vooral gelegen op de Noordduitse waddeneilanden. De laatste vier nog vangende Vogelkoyen liggen op het eiland Föhr. Over heel Duitsland zijn ca. 45 kooien bekend.
De Förhrer kooien zijn echte zeekooien die het van de eendentrek moesten hebben. De opbouw doet sterk denken aan de Terschellinger kooien. De kortschermen komen hier echter aan beide zijden van de vangpijp voor, zowel in de binnen- als buitenbocht van de vangpijp. Karakteristiek zijn verder de zgn. Hauspfeife en de aarden wallen rondom de plas en langs de vangpijpen.

d'n Aandekooi in Vlaanderen en le Canardière
In ieder geval is bekend dat er een 20-tal eendenkooien in België hebben bestaan. Zij waren gelegen in het Oostvlaanderse polder-en rivierenland: het land van Waas en de Scheldestreek. Ook in de kustpolders waren enige zeekooien. Veelal onderdeel van grootgrondbezitters die een kooi in hun domein lieten aanleggen. In de loop van de 19e en 20e eeuw zijn deze allemaal geheel gereduceerd tot relicten. Tot voor enige jaren was nog één kooi als ringkooi in gebruik. Er zijn plannen om een kooi te restaureren. Voor het overige is alles in verval geraakt en zijn het nog slechts relicten van weleer.

Duck decoys in Groot Brittanië :
Duck decoys zijn voor het eerst in Groot Brittanië geïntroduceerd door Hollanders tijdens de regeringsperiode van Charles II. Het engelse woord Decoy is dan ook direct afgeleid van het Nederlandse eendenkooi (de kooy). Waarschijnlijk hebben er ruim 200 kooien gelegen. Op dit moment is geen van de kooien is nog als vangkooi in bedrijf. Wel wordt er in een aantal kooien nog ringwerk verricht.
Opvallend is de ruime opzet: hoge en gebogen vangpijpen, geheel met ronde hoge beugels van oever tot oever afgedekt, breed en lang eindigend met een echte fuik.

Fuglekøje in Denemarken
Op zoek naar Fuglekøje in Denemarken komt men uit op het noordelijkste waddeneiland Fanø. Hier lagen vier Fuglekøjen met elk zes vangpijpen. Er zijn geen orginele onderdelen meer aanwezig. Twee kooien zijn nog tot 1931 in gebruik geweest. De oudste kooi stamt uit 1866. Het waren zeshoekige kooiplassen.
De ligging was zeer strategisch gekozen door op de grens van land en water, duin, schor en wad de eendenkooien te situeren. De kooien lagen dus buitendijks aan de rand van het wad. Een lage kade was de enige bescherming. Het succes van de eerste leidde tot de aanleg van de 3 overige. Enkele kooien zijn ook voor het ringonderzoek ingeschakeld geweest. Behalve op Fanø is erin de omgeving van Gaunø nog een veel oudere bekend uit 1716 "Andekøje".
Aan de oostzijde van het eiland zijn de kooien op een rij gelegen. Wanneer bij eb het wad droogviel vond er een eendentrek plaats naar de zoetwater kooiplassen. Er werd dus gevangen tijdens de eendentrek met behulp van de vloedvluchten. Het waren dus echte getijdekooien.