klik om te vergroten

  De kooikerhond



Een onmisbare hulp is de kooihond. Hoewel er gelijk gezegd moet worden dat er ook eendenkooien zijn die zonder hond vangen. Zoals in Terschellinger en Friese kooien. De meeste kooikers gebruiken echter wel een kooihond. De belangrijkste functie is dat deze werkhond de wilde eenden op de kooiplas nieuwsgierig moet maken en ze de vangpijp in lokt. Voor de tamme eenden is het tevens het signaal dat er gevoerd wordt.

Het kooihondje als trouwe hulp
Eenden zijn erg nieuwsgierig en zullen elk onbekend dier voorzichtig gaan bekijken. Een fret, een konijn of een rat trekken ook eenden aan maar deze dieren valt niets te leren. Vandaar dat al eeuwenlang een hondje wordt gebruikt om te lokken.
Waarschijnlijk trekken de eenden vooral op de heen en weer zwiepende staart en worden ze nieuwsgierig en zwemmen er achter aan. De kooiker moet natuurlijk wel zorgen dat het hondje zijn hondeloopje goed afloopt, via het hondsgat op de oever verschijnt, daarna de hondsgang over in de vangpijp en steeds weer verdwijnt achter de schermen. Daarvoor ontvangt de hond dan weer een beloning. De hond moet de eenden lokken in de vangpijp door regelmatig achter de rietschermen vandaan komend langs het water in de vangpijp te lopen.

Ter afwisseling voor de eenden werd aan de staart van de hond soms een zakdoek of bosje stro gebonden.

Het kooikerhondje
Mede dankzij de kooikers (die ze nog gebruiken) is er sprake van een oud Hollands hondenras dat "het kooikerhondje" heet. En natuurlijk is het zo dat dit hondje uitermate geschikt is om in de vangpijp te worden gebruikt. Het heeft er alle kenmerken voor.

Het is een oud ras al bekend uit de tachtig-jarige oorlog (1568-1648) als een spanielachtige inlandse hond. Dit hondje kwam zowel bij de adel als bij de gewone werkman voor. Veel 17e eeuwse schilders zoals Johannes Vermeer en Jan Steen, gebruikten dit soort hondje op hun schilderij vanwege de kleuren.

De hoogstgeplaatse kooikerhond was "Kuntze" het hondje van Prins Willem van Oranje. Hij was waar zijn baas was: in erk- of slaapkamer of voor op het paard. Als waakhond in de legertent heeft Kuntze een aanslag op het leven van de Prins voorkomen. Sindsdien mogen alle kooikerhondjes zich " Princehondjes" noemen.

Rond het begin van de Tweede Wereldoorlog was dit ras bijna uitgestorven. Mw. M.C.S. Baronesse Van Hardenbroeck van Ammerstol vond dat dit ras bewaard moest blijven.
Zij gaf aan een marskramer een foto mee, met het verzoek op boerderijen naar zo'n hond te zoeken. Zo werd "Tommie" gevonden, de uiteindelijke stammoeder van wat zij toen het Kooikerhondje noemde.
In 1966 werd het ras voorlopig erkend, in 1971 kwam de officiële erkenning met de nu geldende raspunten.

Raskenmerken
Een handzaam formaat hondje van ca. 40 cm schofthoogte met een halflange licht golvende vacht. De kleur is wit met oranjerode platen. Kenmerkend zijn de zwarte haarpunten aan de oren, de zgn. oorbellen en de mooien witte pluimstaart.
De hondjes hebben amandelvormige, donkerbruine ogen met een vriendelijke uitdrukking.
Ze hebben een vrolijk karakter, niet luidruchtig, zijn zeer op hun omgeving gesteld, vriendelijk, goedaardig en attent. Het is een gebruikshondje die ervan houdt buiten te zijn.

Vereniging Het Nederlandse Kooikerhondje
Voor de Kooikerhondjes is een Kynologische vereniging aktief die u nadere informatie kan geven over dit hondenras. Zo is er een clubregister, hondenstamboek, fokreglement en geven zij een kwartaalblad over het kooikerhondje uit. Er zijn verschillende commissies die activiteiten organiseren zoals wandelingen, fokkersbijeenkomsten, clubmatchen en hondenkeuringen.

Voor meer informatie: www.kooikerhondje.nl