Het werk van de kooikerAls kooiker kun je met je eendenkooi behoorlijk druk zijn: er is altijd werk en je bent nooit klaar. Er wordt steeds gebruik gemaakt van de mogelijkheden en gelegenheden die de natuur biedt. Tijdens windstil weer kun je weinig of niets doen, de eenden horen alles. Tijdens harde wind en storm kun je enig lawaai maken, de eenden zullen het geluid van brekende takken niet als iets vreemds ervaren en je kunt dan aan de benedenwindse kant van de kooi licht houtwerk doen: takken zagen, stormhout opruimen, dingen verslepen, materialen zoals palen of bossen riet de kooi in sjouwen. Veel kooien hebben knotwilgen, knotessen of een stuk griend dat om de paar jaar moet worden afgezet. Bij een echte storm kan soms de motorzaag worden gebruikt: het geluid van de zaag verwaait, echter de eenden mogen niet kunnen zien dat er een boom omvalt, dan vliegen ze geheid van de kooi. Is er een moment met zeer dichte mist dan is er een gelegenheid om kleine klusjes te doen op plaatsen waar je normaliter in het zicht van de eenden bent. De eenden die je toch zien zullen niet verstoord worden omdat ze in dichte mist niet durven te vliegen. Dragend ijs is ook zo'n door de natuur geboden gelegenheid die de kooiker mogelijkheden geeft. Je kunt overal de kortste weg nemen, materialen over het ijs verplaatsen en naar plaatsen brengen die anders alleen maar via veel gesjouw te bereiken zijn. Laat ik u meenemen langs de werkzaamheden op een goed functionerende eendenkooi het jaar rond. De eerste weken van maart en april zal de kooiker de kooi in het geheel niet betreden voor het middag is. In de ochtenduren gaan de eenden een nestplaats zoeken en zijn ze druk bezig de korven te inspecteren. Ze zijn dan zeer licht verstoorbaar. Zodra ze het legsel kompleet hebben en zitten te broeden kan de kooiker weer, zij het met beleid, aan het werk. Een broedende eend blijft immers doodstil zitten. Het is dan tijd om rietschermen te vervangen en te repareren. Dat betekent veel gesjouw met bossen riet, op de nek of op de kruiwagen, oude schermen afbreken, soms afgerotte palen en ijzerdraden vervangen en alles weer nieuw opbouwen. Soms moet er nieuw gaas op een vangpijp of reparaties aan een beschoeiing worden uitgevoerd. Dat alles vindt plaats in voorjaar en zomer, steeds rekening houdend met broedende vogels en de top van deze werkzaamheden ligt in de maand juli, net na het broedseizoen en net voor dat er weer eenden op de kooiplas komen. Dit is ook de periode dat het gras hoog staat: de paden, de vangpijp enen de zitwallen rond de plas moeten worden gemaaid, veelal met de zeis. Verder zijn er vaak reparaties aan bruggetjes, loopplanken en hekken e. d. Het kooihuisje moet worden geverfd, schuurtjes geteerd. Af en toe moeten een of meerdere vangpijpen of slootjes in het kooibos worden gebaggerd. De gelukkige die in het bezit is van een ontheffing is in het voorjaar soms bezig met het vangen van kraaien en eksters. Eind zomer, zeg eind juli, begin augustus komen er weer eenden naar de kooi, het eerst de woerden, daarna de eendjes die alle kuikens kwijt geraakt zijn of hele vroege kuikens hadden en langzaam groeit dat aantal weer aan. De kooiker moet dan, zoals hij dat noemt: van de plas weg zijn: alle werkzaamheden aan en rond de plas moeten klaar en alle broedkorven moeten binnen gehaald zijn. Nu moet er weer rust heersen en begint hij weer met dagelijks voeren. Op 15 augustus gaat de jacht open en zou hij al mogen gaan vangen, echter het is zaak om daar niet te gauw mee te beginnen, eerst moet er trek op de kooi komen en moet het aantal eenden voldoende aangegroeid zijn. Gaande het vangseizoen mag je niet kunnen zien dat het aantal eenden minder wordt. Op eendenkooien mag nog een soort: de gewone wilde eend, worden gevangen voor de poelier. ''Kooieenden'' zijn een gewild artikel, ze zijn schoon en gaaf en er zitten geen hagelkorrels in: restaurants hebben ze graag. In herfst en winter gaat de kooiker iedere dag een of twee keer, meestal met z'n kooihond de kooi rond om te voeren en te vangen. Af en toe maakt hij dan een ritje naar de poelier. Een aantal kooikers houdt zich bezig met het ringen van eenden, hiervoor komen alle soorten in aanmerking en hieraan zit dan ook een stuk boekhouding vast. Het hele jaar rond is er de noodzaak van toezicht op de kooi: zorgen dat er niemand in komt en dat de omgeving rustig is, immers de eenden komen er vanwege de rust en omdat ze weten dat ze hier nooit worden gestoord. Na het vangseizoen volgt er weer een broedseizoen, er is haast geen ander beroep te bedenken waarin je zo opgaat in en
verweven bent met de natuur. |