De eend in de kooi

Soorten eenden
Eenden op een eendenkooi zijn in drie groepen te verdelen:
Makke voereenden: deze zgn. tamme voereenden zijn vertrouwd met de kooiker, de kooihond en het voer. Ze verblijven de hele dag op en rond de kooi en laten zich niet vangen.
Staleenden : deze zgn. vliegstal gebruiken de kooi als dagverblijf. Ze negeren de kooiker, hond en voer, verlaten 's avonds de kooi (ze gaan daarbij tot grote afstand) en keren 's ochtends terug. Maar ze laten zich niet vangen. Sommigen van deze eenden zijn "afgekooid". Vaak nemen ze op deze voedselvluchten wilde soortgenoten met zich mee naar de kooiplas.
Wilde eenden : dit zijn de echte wilde eenden, onbekende nieuwkomers, veelal meegevlogen met de staleenden of direct op de kooiplas ingevallen. Een deel hiervan laat zich vangen.
De Vangstcijfers

Van alle waterwild soorten is de wilde eend de meest algemeen voorkomende soort in Nederland. Het aantal broedparen bedraagt ongeveer 300.000 paar. Uit de najaarspopulatie van zo' n 1,5 miljoen wilde eenden vangen de kooikers ca. 30.000 eenden. Dat is slechts ca. 1,5 %. Jaarlijks worden er gem. 350.000 eenden via de jacht met geweer geschoten . Dat is ca. 25 %. Toch blijft de totale populatie op peil dankzij de grote natuurlijke aanwas. Er is dus sprake van een verstandig gebruik, het internationaal erkende " wise use" principe.

De kooikers vangen dus met respect voor de natuur en het dierenleven en selectief : de wilde eenden. De populaties lopen geen gevaar, dat zou hun ook niet goed uit komen. Ze romen de populatie als het ware af. Bovendien draagt de eendenkooi ook bij aan deze goede eendenstand door het uitleggen van duizenden broedkorven. Kortom een bedreiging voor de eendenstand vormt het kooibedrijf zeker niet. Voor wie dat wil levert het een smakelijk stukje vlees op: echte kooieend.
De vangst werd dagelijks bijgehouden in een vangboekje.

Teruglopende vangstcijfers
In 1963 werd uitgegaan van ca. 100 vangende eendenkooien die in totaal 200.000 eenden vingen (waarvan 70 % wilde eend). Gemiddelde vangst per kooi 2390 stuks. In 1952 werd dit aantal nog op 300.000 geschat (75 % wilde eend). De laatste jaren ligt dit gem. rond de 47.000 vogels. Ten opzicht van de historische cijfers betekent dit al een terugval van 80 - 85 %. De gemiddelde vangst is daarbij meer dan gehalveerd (gem. 900 vogels per vangende kooi). In ca. 25 % van de kooien wordt in ieder geval niet (meer) gevangen.

Ringwerk en ander onderzoek

Al tientallen jaren worden in een aantal eendenkooien eenden geringd voor wetenschappelijk onderzoek. De kooikers voorzien de gevangen eenden van een individueel herkenbare pootring. Gegevens als soort, geslacht, leeftijd, verenkleed, rui, datum en plaats worden genoteerd en bij het Vogeltrekstation verwerkt. Daarna worden de eenden weer losgelaten. Wanneer de geringde eend later elders wordt gevonden komen interessante gegevens aan het licht. Zoals treksnelheid, winterverblijf, trekroutes, leeftijd en doodsoorzaken, percentage jaarlijkse sterfte, verschillen tussen de soorten, tussen geslachten en zelfs tussen oude en jonge vogels.

Dit is een goede en nieuwe functie van dit oude vogelvangbedrijf. De vogels worden gevangen en voorzien van een pootring weer losgelaten. We begrijpen dan beter hoe deze vogels hun leven inrichten. Men kan daardoor gerichte maatregelen nemen om de instandhouding en bescherming van deze vogelsoorten beter te regelen.

klik om te vergroten Na de Tjernobil-ramp werden in eendenkooien gevangen eenden onderzocht op radioactiviteit. Ook hieruit blijkt weer een nuttig functioneel gebruik.

De Erasmus Universiteit Rotterdam benut de eendenkooi als onderzoeksmiddel t.b.v. het Aviaire influenza onderzoek naar het voorkomen hiervan bij vogels. Er worden mestmonstertjes genomen welke in het laboratorium worden onderzocht. Dit onderzoek is van groot belang voor de studie van vergelijkbare virussen bij mensen.

Ook op meer voor de hand liggend terrein kunnen eendenkooien aan een (nieuwe) vraag en functie voldoen: ecologisch onderzoek naar diverse planten en dieren die op de kooi hun verblijf vinden.
Zo wordt er ook wel van een zgn. Helgolandinstallatie gebruik gemaakt om allerlei zangvogels te vangen en te ringen.

Eendenkooi als watervogel telgebied

Vele van de kooikers doen er al jaren aan mee, de watervogeltellingen. Dit wil de Eendenkooi Stichting stimuleren vandaar deze oproep om mee te doen dan wel als herinnering om het niet te vergeten. Het SOVON organiseert deze tellingen en kent hiervoor bepaalde telperiodes. Zie hiervoor onderstaand overzicht.

Het is belangrijk voor u als kooiker om op de kooi en het gebied binnen de afpalingscirkel te tellen. Dit geeft een beeld van de verspreiding van de watervogels over de kooiplassen en de betekenis hiervan voor het totaal. Eendenkooien met hun kooicirkels vormen immers dé oudste rustgebieden voor onze watervogels.

Noteer ook voor u zelf de telgegevens, de eendenkooi en het afpalingsgebied graag apart bijhouden. Voor u zelf van belang, maar ook voor evt. vervolgonderzoek zou de Eendenkooi Stichting zal hier later nog eens gebruik van kunnen maken. Kortom belangrijk, dus meedoen ten furore van ons kooibedrijf! Wilt u meedoen of heeft u nog vragen neem dan contact op met een van de regionale coördinatoren (zie onderstaande lijst) of met de Eendenkooi Stichting.

Hieronder scan met bronvermelding van: pag 7 Watervogeltellingen in 2000/2001. En pag: 23 lijst met regiocoördinatoren.